|
|
|
‘De groei voorbij’ is een indrukwekkend stuk doorspekt met gigantisch veel economische data. In het boek noemt van Duijn een aantal redenen waarom Nederland de komende twintig jaar weinig economische groei kan verwachten:
Volgens van Duijn verplaatst het epicentrum van de groei zich naar landen in Azië (China, India). Tezamen met Brazilië en Rusland vormen zij de BRIC landen. Deze landen kennen een sterke economische ontwikkeling. Naar schatting van Goldman Sachs zullen China en India in 2050, samen met de Verenigde Staten, zelfs de top drie vormen van de grootste economieën. Europa is in van Duijn’s visie een duidelijke achterblijver. We zijn te veel gericht op het verdelen van de welvaart, hebben een toenemende preferentie voor vrije tijd boven arbeidstijd, hebben last van overregulering en een te ver doorgevoerde bescherming van arbeid en een steeds slechter presterend onderwijsapparaat. De Scandinavische landen kunnen een voorbeeld zijn voor Nederland en de rest van Europa. Zij presteren nog wel goed. Net als tijdens het einde van de Gouden Eeuw (rondom 1670) heeft Nederland (en Europa) duidelijk last van de wet van de remmende voorsprong. De economische groei is bovendien veel lager dan we meten. In plaats van welvaart zouden we welzijn moeten meten. Welzijnsverlagende zaken zoals luchtverontreiniging, geluidsoverlast, verkeercongestie, het verlies van landelijk schoon en verloeding worden in het berekenen van de groei niet meegenomen. Bij inkomens boven de 10.000 dollar blijkt het geluk van personen niet meer af te hangen van inkomensgroei. Zo is een Mexicaan veel gelukkiger dan een Nederlander of een Amerikaan. Een oplossing voor de dreiging van een terugloop van de economie in Nederland zoekt van Duijn vooral in een betere kwaliteit en kwantiteit van het arbeidsaanbod en het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs. In een land waarin inmiddels 27,4% van het nationaal inkomen verdiend wordt in de financiële en zakelijke dienstverlening is het volgens van Duijn opvallend hoe slecht we als natie in staat zijn om goede service te verlenen. ‘De groei voorbij’ was voor mij een echte eyeopener en bevestigt mijn mening dat ook de inkomstengroei in onze sector en bedrijf steeds meer van buiten onze landsgrenzen zal moeten komen. Natuurlijk is er nog genoeg groei te bereiken in het snel groeiende segment van online marktonderzoek, maar deze zal op termijn ook beperkt worden als Nederland inderdaad economisch gaat krimpen. Een ieder die actief is in de zakelijke dienstverlening raad ik daarom aan om het boek van Jaap van Duijn een plaats op het nachtkastje te geven. |

In het vliegtuig op weg naar de ‘

Interessant. Je maakt me nieuwsgierig naar de onderbouwing met economische data. Want daar zal toch de kracht van dit boek moeten liggen denk ik? De situatiebeschrijving die je als samenvatting geeft (China/India, bevolkingskrimp, gerichtheid op behoud v welvaart, minder aanzien voor ingenieurs) heb ik me namelijk al lang geleden in de oren geknoopt. Dat is me ooit verteld door mijn leerkracht op de lagere school in de vijfde klas (groep 7). Dat was in 1981/82, op basis van demografische gegevens in de Bosatlas en de interpretatie daarvan. (Dit is geen poging om denigrerend te doen, maar puur nieuwsgierigheid naar de punch van dit boek )
Die man was zijn tijd ver vooruit en waarschijnlijk een van de weinigen die nog wel kwalitatief hoogstaand onderwijs kon geven ondanks een veel te laag salaris :-)
Nee, zonder dollen. Het boek staat inderdaad VOL met interessante economische data. Voor mij was het in ieder geval zeker niet allemaal gesneden koek en heb er veel waarde uitgehaald. Krijgt een vast plaatsje in de boekenkast.
Hoi John,
Nadeel van die boeken is. Ze staan vol met waarheden, maar wat doen we eraan. Ik las de afgelopen weken een leuk lijstje boeken van
The Shock Doctrine van Naomi Klein tot Rijnlanders versus Angelsacksen en ook dit boek staat al op de bestellijst (werd ook posifief besproken in het Rijnlanders nummer van Slow Management). Ook boeiend en confronterend is “The Long Emergency” van James Howard Kunstler. En nog zo’n 20 boeken daartussen.
De bottom line lijkt me vrij simpel:
1) Als we zo doorgaan met groeien zonder verder na te denken stoten we binnenkort aan de in de jaren 70 al voorspelde “grenzen van de groei”. Of het klimaat nekt ons of de behoefte aan olie of beide.
2) Het lijkt wel of de economie dat onderschrijft en uit een soort oerinstinct nu de korte termijn laat reageren (alsof er inderdaad geen lange termijn meer is). Roofridder kapitalisme is het gevolg.
3) Bedrijven verzanden inderdaad in bureaucratie (en ik werk daar als testmanager lustig aan mee momenteel). Op de werkvloer regeert een afschuifcultuur en grenzenloos wantrouwen tussen management en medewerkers (en de afstand tussen beiden was nog nooit zo groot).
4) De economische duurzaamheid van producten is vervangen door product life cycle denken waarbij produceren voor de prullenbak centraal staat. Of je dan cradle to cradle denkt is mij om het even eerlijk gezegd. Longevity is geen onderdeel meer van het design omdat productcylcli korter en korten lijken te worden.
5) De ecologische duurzaamheid komt (cradle to cradle of niet) ook in het gedrang door deze manier van denken. Want groene stroom en biodiesel ten spijt. Grondstoffen moeten gedolven of gekweekt worden, eerste kost meestal alleen energie, tweede kost energie en landbouwareaal, veel landbouwareaal en dat kunnen we ons niet permiteren (in Mexico lijdt de bevolking momenteel honger ten bate van Amerikaanse alcohol die aan brandstof wordt toegevoegd).
Kortom de komende 20 jaar komen er mondiaal 3 miljard mensen bij die allemaal een stijgende behoefte hebben aan grondstoffen, energie en voedsel. Daar is helaas geen plaats voor met de huidige stand der techniek niet en met de toekomstige stand der techniek ook niet. Want het systeem stoot nu niet economisch maar fysiek aan zijn grenzen.
Dus oplossingen zijn er nodig en wel snel. Vregen als:
Wat doen we als de olie op is (of onbetaalbeaar wordt als brandstof)?
Hoe houden we maatschappij bij elkaar nu de grenzen van de multiculturele samenleving zichtbaar worden?
Gaan we door met het verder uithollen van het vangnet waar straks misschien weer meer mensen van moeten profiteren (ouderen met name)?
Laten we ons verder uitverkopen aan internationale ondernemingen of houden we vast aan onze eigen bedrijven en onze eigen stijl van zaken doen?
Hoe draaien we de steeds schever wordende inkomensverdeling terug, tot aanvaardbare proporties?
Hoe zetten we een groeieconomie om een in economie van het genoeg?
Hoe bouw je de behoeften om van een land (of beter van de mensheid) zodat die beter passen bij de straks geldende realiteit?
Op welke manier gaan we bedrijven managen? Uitgaande van onzekere zekerheden of van zekere onzekerheden (thanx Jaap Jan Brouwer)?
Allemaal problemen waar we antwoorden op moeten zien te vinden. Ik zou de uitdaging best aandurven, misschien moeten we eens gaan kijken of er katalisatoren los te weken zijn, fondsen te werven en onderzoek te doen is. Wordt het niet eens tijd voor een brede maatschappelijke discussie over deze vragen?
Groeten, Ed Kuipers